Vorst
als de blaadjes van de rododendron / zich hebben opgerold
verschrikt / tot buisjes pijpestro
de heggen als van ijzer staan / het gras met opgetrokken schouders
dan is de vorst hier langs geweest / te voet te paard
gehuld in witte rokken / strooide hij vannacht
mompelend zijn ademvlokken / op dat, wat nog bewoog
‘sta stil, sta stil, en stil en stil / bevries, bedekt met rijp
alleen maar omdat ik het wil’
nu staan de bomen langs het pad / als stramme frontsoldaten
hun takken tikken zacht saluut / en op de vijver ginds
heeft een strakke glazen vloer / beweging vastgezet
een kleine vogel waarschuwt / zijn vrienden in de lucht